Over de verbeelding van een diepere werkelijkheid

‘De kunstenaar kijkt met één oog de normale wereld in, terwijl hij met zijn andere oog door, achter of langs de normale wereld kijkt. Uit het bewustzijn van de spanning tussen mogelijke en werkelijke werelden ontstaat kunst.’

Piet Mondriaan

Kunst is de uitdrukking van de geest van de kunstenaar in een verbeelde werkelijkheid. De aanschouwer van een kunstwerk gaat het gesprek aan met de uitdrukking van de geest van de kunstenaar. Hieruit vloeit een originele interpretatie voort. Immers, de unieke ervaringen, emoties en herinneringen van de kijker vormen de matrix waarop het werk betekenis krijgt. Zo gauw als het kunstwerk uit handen is gegeven moet de kunstenaar het werk loslaten.

Idealiter schept een kunstenaar een wereld die daarvoor nog onbekend was en waarin hij verborgen dimensies van de realiteit toont. De kunstenaar gaat dan een dans aan met de werkelijkheid, en met zijn visie daarop. Dit draait om fantasie, een creatief spel tussen de menselijke geest en deze werkelijkheid. Liefst creëert de kunstenaar een unieke, persoonlijke realiteit die de aanschouwer van zijn werk een andere kijk op zichzelf, de wereld en het leven geeft.

De menselijke fantasie creëert verhalen. Mensen wonen in die verhalen. In zo’n vertelling wordt duidelijk wie je zelf bent, hoe je zo geworden bent, wat voor wereld je bewoont en je positie daarin. Door het formuleren van die verhalen leer je de wereld, de ander en jezelf kennen. Of je nou gelooft dat het kapitalisme leidt tot het paradijs op aarde, God een wijze man in de hemel is die in een schriftje als een boekhouder al onze daden beoordeelt, of dat al het leven dankzij de evolutie tot bloei is gekomen, het zijn in wezen allemaal verhalen.

De fantasie speelt zo een belangrijke rol bij het ontstaan van een zelf- en wereldbeeld. Verhalen gaan over de interactie tussen het zelf en de wereld en over de interpretatie daarvan. Kunst is een vorm om die interpretatie in te gieten. Fantasie wordt meestal beschouwd als iets persoonlijks en cultuur als gedeeld. Maar beide zijn eerder communicerende vaten en onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Iemand die voor mij een diepe bron van inspiratie vormt op mijn spirituele reis is de Oostenrijks-Amerikaanse natuurkundige Fritjov Capra, met name zijn boek The Tao of Physics. Volgens hem vormt de wereld van de fundamentele deeltjes, van de verschijnselen waaruit atomen, elektronen, lichtdeeltjes en dergelijke bestaan, een onderliggende eenheid. Zo bestaan alle atomen in de kosmos uit dezelfde fundamentele deeltjes die onderling sterk met elkaar verweven zijn, wat betekent dat onze realiteit één grote eenheid vormt. Daarnaast toont Capra aan dat Oosterse filosofieën, van het Hindoeïsme en het Boeddhisme tot het Taoïsme, de werkelijkheid al vele eeuwen geleden beschreven zoals de fundamentele natuurkunde die in het heden blootlegt.

Zo is volgens de Hindoeïstische leer “Brahman” de ultieme realiteit die aan de waarneembare werkelijkheid ten grondslag ligt. Deze vormt een onverbroken eenheid, alles is één. In het Hindoeïsme bestaan er zoveel goden als er hindoes zijn. Al deze goden vormen een afspiegeling van Brahman en zijn dus een facet van de diamant die de wereld is. Net zo zijn de individuele vormen van de waarneembare fenomenen in de wereld onderdeel van diezelfde Brahman. Het feit dat de meeste mensen de verscheidenheid van de wereld zien als reëel, noemt het Hindoeïsme “Maya”, de sluier van illusies. Deze versluiering komt omdat mensen de wereld waarnemen door hun zintuigen.

Het concept “Atman” daarentegen is het zelf, de ziel of het diepere essentie van het ik. Atman heeft dezelfde taalkundige oorsprong als het Nederlandse “adem”. Atman en Brahman zijn één en hetzelfde. Dat betekent dat de mens en de kosmos wezenlijk met elkaar verbonden zijn, en uit elkaar voortvloeien. Mensen die zich dat ten diepste realiseren, worden verlicht genoemd.

In het Taoïsme wordt gezegd dat diegene die probeert de diepere werkelijkheid onder woorden te brengen, er niets van begrepen heeft. Wie weet, die zwijgt aangezien de spirituele werkelijkheid niet in woorden valt te vatten. Taal is een menselijk gereedschap, functioneel in het dagelijks leven maar het kan niet verwijzen naar dat wat je slechts kan ervaren, de mystieke realiteit.

Wereldse begrippen zijn per definitie niet geschikt om de Tao te begrijpen of te vatten. Zoals het woord liefde verwijst naar een algemene menselijke ervaring, maar wie het nooit ervaren heeft, kan je niet uitleggen wat het betekent. Taoïsten gebruiken daarom allegorieën om de onkenbare onderliggende werkelijkheid te omschrijven.

Ik probeer de werkelijkheid in mijn kunst niet rationeel te duiden, maar invoelbaar te maken. Dit doe ik door beelden op te roepen die een bepaald gevoel dienen op te wekken, van wat dat nou is, die diepere werkelijkheid.

De alledaagse menselijke manier van zintuiglijke waarneming is erop gericht geweest om als biologische soort te overleven. Er zijn echter vele verschillende manieren om de werkelijkheid waar te nemen. Zoals de echolocatie van vleermuizen om ’s nachts insecten te verschalken, het infrarood van bijen om bloeiende bloemen te vinden, of de ongekende reukzin van honden die in een wereld van geuren leven.

Geen van deze vormen van zintuiglijke waarneming is beter dan de andere. Iedere manier van gewaarworden is functioneel en gericht op het overleven van de soort. Kortom, de menselijke manier van zintuiglijke waarneming is niet de enige, beste of meest realistische, maar één van de vele mogelijke.

Ook de Oosterse spirituele kijk is één van de vele wijzen van waarnemen. Deze geeft een andere gewaarwording van de werkelijkheid dan de Westerse blik. Deze Oosterse, spirituele blik behelst een andere rationaliteit. Geen van beide manieren van kijken is beter dan de andere.

Inderdaad wordt er in de mystieke ervaring een sterke verbondenheid gevoeld met het zelf, de omringende wereld en de kosmos, wat gepaard gaat met een sterk gevoel van liefde. Dit duidt op een opheffing van de categorische grenzen van de psyche. Net zoals bij verliefdheid de grenzen tussen het zelf en het object van de liefde versmelten, gebeurt dit ook in de mystieke ervaring.